Bijlagen bij de wetsregeling hulpmiddelen
BIJLAGEN
BIJLAGE 1, behorende bij artikel 11a, tweede lid
Indicaties voor onhopedisch schoeisel:
- Ontbreken van delen van de voet, waarop bij gaan en staan gesteund wordt.
- Ernstige objectiveerbare anatomische afwijkingen en functiestoornissen van de voet:
- afwijkingen der as stand in bovenste of onderste spronggewricht of andere steunende voetgewrichten;
- afwijkingen van de lengte-breedteverhouding, onder meer ten gevolge van arthrosis of arthritis;
- afwijkingen ten gevolge van sensibiliteits- of circulatiestoornissen.
- Functioneel of anatomisch beenlengteverschil van 4 cm of meer.
- Het dragen van bijzondere typen beugels of binnenschoenen, waardoor een afwijkende voetvorm of functie ontstaat als aangegeven onder 2 of 3.
- Bijzondere individuele zorgvragen.
BIJLAGE 2, behorende bij artikel 12, tweede lid, respectievelijk artikel 12, derde lid
I. Medische indicaties voor vervanging van brilleglazen en contactlenzen als bedoeld in artikel 12, tweede lid:II. Indicaties voor bandagelenzen zonder visuscorriqerende werking als bedoeld in artikel 12, derde lid:
- hoornvliesonregelmatigheden ten gevolge van keratoconus dan wel ten gevolge van littekens na hoornvliestransplantatie, na ontstekingen van de cornea zoals bijvoorbeeld herpes of na cornea perforatie;
- sterke graden van brekingsafwijkingen als regel van meer dan 10 dioptrieen;
- bijzondere individuele zorgvragen.
- keratitis sicca en pemphigoid;
- keratitis bullosa;
- indolente cornea-ulceraties;
- cornea-etsingen;
- keratitis-neuroparalytica;
- cornea-dystrdphieën;
- status na cornea-operaties en cornea-traumata;
- bijzondere individuele zorgvragen.
Een indicatie voor deze bandagelenzen is in alle gevallen slechts aanwezig, indien en voor zover van andere therapieën geen resultaat is verkregen of te verwachten.
BIJLAGE 3, behorende bij artikel 13, tweede lid, respectievelijk artikel 13, derde lid
I. Indicaties voor hoortoestellen:
II. Indicaties voor ringleidin gen en infrarood-appararuur voor geluidsoverdracht:
- Een indicatie voor 1 hoortoestel is aanwezig, indien het drempelverlies van het audiogram van het beste oor ten minste 35 dB (verkregen door het gehoorverlies bij frequenties van 1000, 2000 en 4000 Hz te middelen) bedraagt en indien het verstaan van spraak, in stilte aangeboden met normale sterkte (55 dB) door toepassing van het hoortoestel ten minste 20% toeneemt.
- Een indicatie voor 2 hoortoestellen is aanwezig, indien de winst van spraakverstaanvaardigheid ten minste 1 0% bedraagt ten opzichte van de aanpassing met 1 hoortoestel, dan wel het richtinghoren hersteld wordt tot een hoek van 45 graden.
- Bijzondere individuele zorgvragen.
Een indicatie voor ringleidingen en infrarood-apparatuur is aanwezig:
- Indien sprake is van een toondrempelverlies op het beste oor van 40 dB gemiddeld over 500,1000 en 2000 Hz (zogenaamde Fletcherindex), of 50 dB gemiddeld over 1000, 2000 en 4000 Hz op het beste oor, of
- Indien er volgens de meetmethode van Plomp sprake is van een hinderlijk verlies voor spraakverstaan in ruis van minimaal 3 dB, waarbij er rekening mee dient te worden gehouden dat dit met name bij jonge kinderen moeilijk of nier te meren is.
BIJLAGE 4, behorende bij artikel 19, vijfde lid, van de Regeling hulpmiddelen 1996
Vergoedingslimieten op basis van materiaalkosten voor rondbreikousen (aangepast aan prijsindex voor 2001):
Categorie TEK per paar per enkele kous AD-maat € 43,00
€ 21,50
AD-confectie € 27,00
€ 13,50
AF-maat € 53,50
€ 26,75
AF-confectie € 33,50
€ 16,75
AG/AGH/panty-maat € 61,50
€ 30,75
AG/AGH/panty-confectie € 37,50
€ 18,75
BIJLAGE 5, behorende bij artikel 20, zesde lid
Indicaties voor de verstrekking van draagbare insuline-infuuspompen voor Continue Subcutane Insuline Injectie (CSII):
- Patiënten bij wie bij optimale zelfregulatie de bloedsuikerwaarden bij herhaling onaanvaardbare schommelingen vertonen, dat wil zeggen schommelingen groter dan 10 mmol/l, of bij wie geen HbA1gehalte van minder dan 10% of een HbAlc-gehalte van minder dan 8% bereikt kan worden.
- Patiënten bij wie ondanks goede gemiddelde instelling en zelfregulatie geregeld hypoglycaemieën optreden.
- Patiënten bij wie goede gemiddelde instelling slechts kan worden bereikt door drie of meer injecties per dag.
- Diabetica die zwanger wil worden of in verwachting is en bij wie met maximaal twee injecties per dag geen optimale gemiddelde instelling kan worden bereikt ondanks goede instructie, motivatie en begeleiding.
- Diabetici met pijnlijke en progressieve neuropathie, indien optimale zelfregulatie niet tot voldoende verbetering leidt.
- Jeugdige diabetici met groeistoornissen c.q. verlate puberteit, indien optimale zelfregulatie niet tot voldoende verbetering leidt.
- Bijzondere individuele zorgvragen.
BIJLAGE 6, behorende bij artikel 22, derde lid
(vervallen)
BIJLAGE 7, behorende bij artikel 23, tweede lid
Indicaties voor de verstrekking van verbandschoenen:
Een indicatie voor verbandschoenen is aanwezig bij huiddefecten, huidulcera, sensibiliteits- en circulatiestoornissen aan de voet, alsmede in de herstelperiode na partiële amputaties, traumatische beschadigingen of operatieve ingrepen aan de voet.
BIJLAGE 8, behorende bij artikel 26, vierde lid
Indicaties voor teksttelefoons of fax-apparatuur:
Een indicatie voor een teksttelefoon of fax-apparaat is aanwezig:
- Indien sprake is van een toon-drempelverlies op het beste oor van 70 dB gemiddeld over 500, 1000,2000 en 4000Hz, of
- indien het verstaan van spraak, in stilte aangeboden met normale sterkte (55 dB), zelfs door toepassing van een hoortoestel, met het beste oor niet meer bedraagt dan 50%, of
- bijzondere individuele zorgvragen.
BIJLAGE 9, behorende bij artikel 26, vijfde lid
Indicaties voor wek en waarschuwingsinstallaties voor auditief gehandicapten
Een indicatie voor een wek- en waarschuwingsinstallatie is aanwezig:
- Indien er sprake is van een toon-drempelverlies op het beste oor van 60 dB gemiddeld over 500,1000, 2000 en 4000Hz, of
- Bijzondere individuele zorgvragen.
BIJLAGE 10, behorende bij artikel 29, tweede lid
Een indicatie voor CPAP-apparatuur is aanwezig, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:
- Er is sprake van een klinisch relevant obstructief slaap-apneu-syndroom. Dit is het geval als sprake is van hinderlijke klachten overdag die potentieel toe te schrijven zijn aan het obstructief slaap-apneu syndroom (OSAS). Voorbeelden hieryan zijn vergrote slaperigheid en moeheid overdag, concentratiestoornissen, stemmingsstoornissen en verhoogde prikkelbaarheid. Bovendien moet de diagnose OSAS bij polysomnografisch onderzoek zijn bevestigd. Dit is het geval als er sprake is van een apneu-hypopneu index (AHI) groter of gelijk aan 1 5, of een apneu-index (Al) groter dan 10, of een respiratoire arousal index (RAI) groter dan 10. Bij hoge pretest waarschijnlijkheid op OSAS is polygrafie voldoende. De polygrafie dient dan minimaal te bestaan uit meting van het ademhalingspatroon, zuurstofsaturatie, snurkgeluid en slaaphouding.
- Aanspraak op CPAP-apparatuur met verlaagde expiratie druk bestaat indien er sprake is van OSAS en voor de behandeling van de verzekerde CPAP met een druk van meer dan 1 S cm H20 noodzakelijk is, maar door de verzekerde niet goed wordt verdragen.
- Conservatieve maatregelen zijn of worden nagestreefd. Het gaat hierbij met name om gewichtsreductie, neusdoorgankelijkheid-verbeterende maatregelen en verbetering van de slaaphygiëne (onder meer het vermijden van tabak of alcohol voor de nachtslaap en het vermijden van slapen in rugligging).
- Er moet sprake zijn van een succesvolle proefaanpassing. Dat wil zeggen dat een afdoende verbetering van de polysomnografîsche en klinische afwijkingen tijdens CPAP-behandelingen is geconstateerd en dat sprake is van acceptatie van de CPAP-behandeling door de patiënt.
BIJLAGE 11, behorende bij artikel 14a
(vervallen)
BIJLAGE 12, behorende bij artikel 29, derde lid
Indicaties voor solo-apparatuur:
Een indicatie voor solo-apparatuur is aanwezig:
De apparatuur kan slechts worden verstrekt indien de verzekerde:
- Indien er sprake is van een toon-drempelverlies op het beste oor van 40 dB gemiddeld over 500, 1000 en 2000 Hz (zogenaamde Fletcherindex), of 50 dB gemiddeld over 1000, 2000 en 4000 Hz op het beste oor.
- Indien er volgens de meetmethode van Plomp sprake is van een hinderlijk verlies voor spraakverstaan in ruis van minimaal 3 dB, waarbij er rekening mee dient te worden gehouden dat dit met name bij jonge kinderen moeilijk of niet te meten is.
- de apparatuur gebruikt voor het volgen van her- of bijscholing, dan wel niet tot het reguliere onderwijs behorende beroepsopleidingen in klassikaal-, onderscheidenlijk groepsverband of,
- de apparatuur gebruikt voor het volgen van regulier onderwijs of,
- de apparatuur gebruikt voor het volgen van speciaal onderwijs in klassikaal-, onderscheidenlijk groepsverband dat niet specifiek gericht is op dove en slechthorende leerlingen of,
- de apparatuur gebruikt tijdens het op medische noodzakelijke gronden ondergaan van een groepsgewijze therapeutische behandeling of,
- de apparatuur gebruikt bij het in een gestructureerd en georganiseerd verband verrichten van betaalde of niet betaalde werkzaamheden. Het is ter beoordeling van het ziekenfonds of in deze situatie solo-apparatuur kan worden verstrekt.
BIJLAGE 13, behorende bij artikel 29, derde lid
Indicaties voor tactiel-leesapparaten:
Een indicatie voor het tactiel-leesapparaat wordt slechts aanwezig geacht indien en voor zover andere hulpmiddelen voor het lezen van zwartschrift voor de visueel gehandicapte niet doelmatig zijn en de betreffende verzekerde in staat is met het apparaat om te gaan. Ten einde dit te kunnen vaststellen, dient de verzekerde een test te ondergaan. Indien de resultaten van de test uitwijzen dat de belanghebbende in staat wordt geacht doelmatig met het tactiel-leesapparaat om te gaan, kan tot verstrekking worden overgegaan.©TH